Hij keek nog een keertje. Toen weer even niet. Daarna weer snel een blik.
Oei.
Snel keek hij weg, naar het oplichtende scherm voor zich. De deur stond op een kier. De trap kraakte niet. Het licht wierp geen silhouet op de vloer.
Zijn vingers begonnen onvrijwillig te bewegen, snel heen en weer. Kleine, minuscule bewegingen van nervositeit of kou. Eén van die twee. Allebei de redenen waren toepasselijk, maar de verwarming was aan en er was niemand op de overloop. De geïmproviseerde thermometer, over van het practicum op de middelbare school, bewees zijn ongelijk.
Hij mocht niet bewegen. Niet wegkijken. Niet praten. De deur stond op een kier. De trap kraakte niet. Er bewoog zich geen silhouet over de verlichtte overloop. De overloop baadde in het harde blauwe licht van de LED-lamp boven de trap. Zijn vingers stuurden koude impulsen naar zijn hersenen, maar zijn hersenen geloofden zijn vingers niet. Het was warm, volgens de thermometer.
Maar die kon het fout hebben. De thermometer was al oud.
Langzaam kreeg zijn hersenmassa overmacht in het gevecht om zijn vingers, die zich langzaam weer begonnen te verplaatsen over de metallic geverfde toetsen. Hij staarde naar de letters die verschenen op het maagdelijk wit. Ze verschenen op magische wijze, steeds sporadischer en uitdagender. De stompjes vlees aan zijn handen kwamen losser van hun banden, accelereerden, namen toe in massa.
Energie is massa.
Hij begon regelmatiger te ademen, maar steeds steviger. Zijn longen pikten het tempo van de deinende vingers op, en namen ze mee, zweepten zee op, harder en harder, sneller, sneller...
Een geluid.
Een gongslag in het vacuüm van concentratie, zijn concentratie. Hij stopte, struikelde over de stompjes, elektrocuteerde alle hersenactiviteit tot een halt.
Hij bleef hangen in zijn huidige pose, bevroor van top tot teen. Onmiddellijk stopte het geklater van metallic geverfde toetsen en het deinen van golven warme adem. Het stokte in zijn keel, klapte dicht, ging op slot terwijl alle observerende systemen op scherp werden gezet.
Heel langzaam herstelde de focus van zijn oogbollen zich, draaide iets, een millimeter per keer. Langzaam, heel langzaam...
De deur stond op een kier. De trap kraakte niet. Het licht wierp geen schaduw op de overloop.
Oei.







